Natuurbrand

De verschillende natuurgebieden in Twente kenmerken zich, naast het aaneengesloten karakter, door de aanwezigheid van een groot aantal campings, recreatieterreinen en enkele zorglocaties. Daarnaast wordt er veel gerecreëerd door dagjesmensen. Een eventuele natuurbrand hoeft daarom niet groot te zijn om veel impact te hebben. In Twente zijn tientallen natuurbeheerders actief, waaronder een groot aantal particuliere terreineigenaren. De wijze waarop de terreinen worden beheerd varieert sterk. In zijn algemeenheid neemt de bereikbaarheid van natuurgebieden af als gevolg van dichtgroeiende paden.

Natuurbrand.jpg

Ontwikkeling en bestrijding

Een natuurbrand ontwikkelt zich vanaf het moment van ontsteking met een snelheid die grotendeels afhankelijk is van de beschikbaarheid van brandstof, de droogte en weersomstandigheden zoals temperatuur en windsnelheid. Een ontwikkelende brand die mogelijk escaleert tot een onbeheersbaar scenario kan worden bijgestuurd en afgeremd door repressief optreden van de hulpverleningsdiensten en wordt uiteindelijk gestopt door natuurlijke barrières en gunstige weersomstandigheden. De beschikbaarheid van bluswater is in alle natuurgebieden relatief beperkt ten opzichte van de hoeveelheid brandstof en de omvang van het gebied. Het kost tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen.

De Twentse natuurgebieden kenmerken zich door een afwisseling van verschillende vegetatiesoorten en dus de kans op verschillende soorten natuurbranden. De meest voorkomende natuurbranden binnen Twente zijn:

  1. Heidebranden
  2. Grasbranden (vaak in combinatie met heide of veen)
  3. Bosbranden (zowel loof- als naaldbos)
  4. Veenbranden

Het overgrote deel van de natuurbranden ontstaat door menselijk handelen (70%). Een klein deel ontstaat door een technisch falen in de bebouwde omgeving of kent een natuurlijke oorzaak.

Bepalende factoren

  • Het seizoen en het weer hebben een zeer grote invloed op de uitbreidingskans van een natuurbrand. We krijgen in de toekomst te maken met meer droogte. De kans dat een ontstane natuurbrand onbeheersbaar wordt, is in droge perioden veel groter.
  • De houtsoort, de leeftijd, dichtheid en aanwezigheid van begroeiing of dood hout op de grond. Naaldbossen en jonge bossen vormen een groter brandrisico in vergelijking met andere type bomen.
  • De bereikbaarheid voor hulpdiensten, voldoende bluswater, de mogelijkheid van veilig optreden door de hulpverlening, de aanwezigheid van vluchtwegen.
  • De beschikbare tijd voor ontruiming.
  • De mate van zelfredzaamheid van bewoners en recreanten in het gebied en de mate van aandacht van media en publiek (ramptoerisme).
  • De aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, zoals brandbare stoffen op recreatieterreinen, munitiedepots en LPG-tankstations.
  • Aanwezigheid van recreatie (campings, pretparken, dierentuin, hotels), mensen, kwetsbare objecten, vitale infrastructuur.

Voorbeeld

In 2024 is er een grote natuurbrand geweest bij de Sallandse Heuvelrug. Hierbij stond een gebied ter grootte van 25 voetbalvelden in brand.