Brand in dichte binnenstad

Binnensteden kenmerken zich vaak door een diversiteit van gecombineerde functies, zoals wonen boven winkels en horeca. Deze historische panden zijn vaak aaneengesloten en door de jaren heen verbouwd op basis van wetgeving, waarbij brandpreventieve voorzieningen nog niet geborgd waren. Daarnaast zijn binnensteden compact opgezet wat beperkingen met zich meebrengt ten aanzien van bijvoorbeeld brandbestrijding. Ondanks de inspanningen van objectbeheerders en overheidsinstanties is een brand in een dichtbebouwde (historische) binnenstad of kern, zoals bijvoorbeeld in Ootmarsum, niet uit te sluiten.

In dergelijke dichte binnensteden bestaat het risico op brand met uitbreiding naar meerdere panden en kunnen slachtoffers vallen onder bewoners. De straten zijn nauw en daarmee moeilijk bereikbaar voor de hulpverleners. Tevens is de bluswaterbehoefte groter dan in een reguliere woonwijk. Panden zijn aaneengesloten, waardoor slechts vanaf één zijde een beeld kan worden gevormd van het incident. Beeldvorming en bestrijding zijn complexer, doordat slechts één zijde goed bereikbaar is. Verkenning en incidentbestrijding vanaf bijvoorbeeld de achterzijde van het pand kosten meer moeite en nemen meer tijd in beslag, waardoor veel slagkracht noodzakelijk kan zijn voor een inzet vanaf verschillende gebouwzijden.

Brand in dichte binnenstad.jpg

Kenmerken dichte binnenstad

  • Het gaat om oude bebouwing, vaak van voor 1940. 
  • Panden staan dicht op elkaar en met meerdere bouwlagen. 
  • Er is sprake van diverse functies boven en naast elkaar, met name wonen boven winkels. 
  • Brandontwikkeling kan door verbouw, aanbouw, samenvoegingen, splitsen en materiaalgebruik snel plaatsvinden. 
  • De bereikbaarheid voor hulpverleners is door smalle toegangswegen beperkt. De vindbaarheid en benadering van adressen boven andere functies is bij incidenten onduidelijk. Beeldvorming van het incident is vaak slechts vanaf één zijde mogelijk. 
  • Vluchtwegen komen niet rechtstreeks op een veilige locatie uit, maar kan leiden via onderliggende of naastgelegen objecten. 
  • Er is sprake van meerdere bouwblokken van dit type bebouwing (dicht nabij elkaar) in een kern. 

Impact en waarschijnlijkheid

Een beginnend brandje kan escaleren als het niet tijdig ontdekt en geblust wordt. De omvang van het incident wordt verder bepaald door de tijd die een brandwerende scheiding standhoudt, de locatie, omvang en aard van het betrokken pand, de bereikbaarheid voor hulpverleners, het aantal bewoners en omwonenden en de mate waarin zij tijdig in staat zijn om zichzelf in veiligheid te brengen. Verschillende functies zitten vaak boven elkaar en ingangen van individuele objecten zijn moeilijk vindbaar. 

Door de krapte op de woningmarkt wordt dit risicotype steeds breder en neemt de kans op een dergelijke crisis toe. Ook kernen die niet een dichte binnenstad kennen zoals hierboven beschreven, worden steeds meer volgebouwd. Houten vloeren, op- en aanbouw, onderverhuur, splitsing van panden en samenvoeging van panden maakt de waarschijnlijk van een dergelijke brand ook in deze kernen groter.

Voorbeeld

 

2025: Brand in oude binnenstad Arnhem. Complexe pand indeling, groot vloeroppervlak, hoge vuurlast, meerdere bouwlagen. Wonen boven winkels, beperkte vluchtmogelijkheden, lange vluchtwegen. Panden/gevels met historische waarde (rijks- en gemeentemonumenten).